Ga naar de homepage

Je wilt in je woning blijven wonen maar door ziekte of een beperking is dit lastig. Een aanpassing aan je woning kan je helpen zodat je langer zelfstandig kunt blijven wonen. Hoe de gemeente je hier bij kan helpen, lees je op deze pagina.

Sommige aanpassingen doet de gemeente niet. Deze regelt en betaal je zelf. Als je in een huurwoning woont, kun je sommige aanpassingen bij de verhuurder aanvragen. Voorbeelden van aanpassingen die de gemeente niet regelt zijn:

  • Het plaatsen van een douchezitje.
  • 1 hendel mengkraan.
  • Het verwijderen van drempels binnenshuis
  • Wandbeugels
  • Een verhoogd of verlaagd toilet.

Woningen in zorginstellingen past de gemeente niet aan. Hiervoor is de zorginstelling zelf verantwoordelijk.

In bepaalde situaties kun je voor woningaanpassingen terecht bij de gemeente. Dit wordt geregeld via de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). De gemeente past alleen zelfstandige woningen aan.

Bijvoorbeeld:

  • Een aanpassing aan de badkamer.
  • Een traplift
  • Een elektrische deuropener

De gemeente beoordeelt de kosten van een woningaanpassing en overweegt of verhuizen in je situatie een goedkopere oplossing is.

Wanneer je niet meer in je eigen huis kunt wonen vanwege plotseling ontstane beperkingen of je woning kan niet adequaat worden aangepast, kom je mogelijk in aanmerking voor verhuisurgentie. Neem hiervoor contact op met de gemeente via het Zorgloket.

Na ontvangst van deze melding belt een medewerker van de gemeente je op om een afspraak te maken. Het doel van het gesprek is helder te krijgen welke hulp je nodig hebt. We verkennen daarbij samen hoe dit ingevuld kan worden. Kun je de aanpassing zelf betalen? Is er een regulier aanbod waar je gebruik van kunt maken? Voor de problemen waarvoor geen oplossing is, bekijken we of er vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) mogelijkheden zijn.

Soms is het lastig om uit te leggen wat je vraag of probleem is. Wij raden je daarom aan het gesprek goed voor te bereiden. Als je het prettig vindt, kun je vragen of iemand bij het gesprek aanwezig is. Dat kan iemand zijn die vertrouwd voor je is, zoals een familielid of bekende. Het kan ook iemand zijn die veel van het onderwerp af weet, zoals een ouderenadviseur van de KBO of een cliƫntondersteuner van MEE Brabant Noord.

Krijg je begeleiding op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), dan betaal je hiervan een deel zelf. Dit heet de eigen bijdrage. Meer informatie is te vinden op www.hetcak.nl